woensdag 14 november 2012

Weblectures en kennisclips

Weblectures en kennisclips zijn 'hot' op dit moment. Ook binnen Saxion wordt vrij veel aandacht aan dit onderwerp gegeven. De mogelijkheden van video om een 'virtueel bezoek' te brengen aan een specifieke praktijksituatie en zo getuige te zijn van de activiteiten die binnen die praktijksituatie plaatsvinden, zijn al veel langer bekend. Echter, de vraag die met steeds door het hoofd schiet is "in hoeverre kunnen weblectures en kennisclips een toegevoegde waarde zijn voor het huidige onderwijs?"

Met interesse heb ik vanochtend het artikel "Invesitgating learning with weblectures" van Jason Day (2008) gelezen. Dit artikel beschrijft de uitkomsten van onderzoek naar het gebruik van weblectures in het onderwijs. Tijdens het bestuderen van het artikel zag ik dat de auteur de term weblectures gebruikt, terwijl het product van onderzoek in de Nederlandse context als kennisclip zou worden getypeerd. Voor het onderzoek hebben de onderzoekers een kleine opnamestudio ingericht, waarbij video en PowerPoint-presentatie zijn ge√Įntegreerd:

"For recording, a small studio (Figure 1) was set up with a laptop, digital video camera, microphone, foot mouse, small LCD monitor,  and appropriate lighting and background."

Opnames werden in streaming en downloadable formaat beschikbaar gesteld voor studenten. Opvallend, maar ook logisch was, dat tijdens het onderzoek zichtbaar werd gemaakt dat de lesduur in tijd aanzienlijk korter was dan in normale lessituaties (± 40%, p. 11). Redenen daarvoor zijn bijvoorbeeld dat:
  1. administratieve en lesspecifieke aspecten kunnen worden verwijderd (o.a. presentie, pauze).
  2. studenten afwezig zijn, waardoor interruptie van de instructie verdwijnt.

Zonder verder in te gaan op de onderzoekscontext en -voorwaarden, trekt de auteur op basis van de  bevindingen de volgende conclusies: 

"Web lectures as standalone learning objects are at least as educationally effective and efficient as similar learning objects. Furthermore, a course taught using the web lecture intervention produces 1) the same or better objective learning outcomes and 2) the same or better subjective enjoyment and perceived learning, than a course taught using the traditional lecture format"

Maar wat betekent dit nu voor onze onderwijssituatie? Het onderzoek ondersteunt in ieder geval het beeld dat video een belangrijke rol kan spelen bij het leerproces van studenten en dat er potentie zit in de mogelijkheden van kennisclips. Ik vraag me namelijk af of weblectures ("videoregistratie van echte lessituaties") wel hetzelfde resultaat bereiken als kennisclips (gescripte video-instructie-activiteiten). 

Volgens mij zijn weblectures vooral handig. Indien een student een les mist of nog een keer terug wil kijken voor bijvoorbeeld een tentamen, dan kan ik me de meerwaarde absoluut voorstellen. Dat geldt ook voor studenten die bijvoorbeeld door een buitenlandse stage niet in staat zijn een les bij te wonen. Weblectures kunnen volgens mij dan een positief effect hebben op zaken als motivatie, binding en studievoortgang. Inhoudelijke meerwaarde wordt mijns inziens sterk bepaald door de werkvormen uit de video. Wordt een goede les getoond, met veel interactie, dan zie je dat terug in de weblecture. Echter, doordat bij de weblecture de interactie ontbreekt (student kan alleen volgen en niet meedoen), vraag ik me af of de interactie  niet eerder een belemmering is dan een meerwaarde voor de student die de weblecture bekijkt. Alle interrupties en vragen van studenten in de video kunnen wellicht ook als ruis worden ervaren, waardoor de leerinformatie niet of minder goed wordt verwerkt. Dit zou je kunnen vergelijken met de "limited capacity assumption" (Richard Mayer, 2001: Cognitive Theory of Multimedia Learning (CTML)): "each channel (auditory/verbal and visual/pictorial) has a limited capacity for cognitive processing."

Een goed gescripte kennisclip daarentegen focust de aandacht van de student op een specifiek thema. De leerinhoud, eventueel aangevuld met voorbeelden (of concrete demonstraties), worden afgebakend aangeboden en in termen van het Cognitive Model van Multimedia Learning, meer geschikt om die zintuigen te bedienen die elkaar versterken. Dat komt ook omdat ruis (interruptie student, randinformatie) tot een minimum kan worden beperkt en alleen die zintuigen worden gestimuleerd die elkaar versterken. 





Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen